Filosofie

Terug

Mensen bouwen voor mensen. Nadat installaties zijn ontworpen en zijn gerealiseerd, moeten deze vaak tientallen jaren dienst doen. Dienstdoen, tegen acceptabele kosten met een goede betrouwbaarheid en een constante kwaliteit. Binnen Nijeboer-Hage worden installaties ontworpen mét mensen vóór mensen om daarna te worden gebruikt dóór mensen. In de visie van Nijeboer-Hage Technisch adviseurs is een integrale benadering van de gehele levenscyclus van een installatie een voorwaarde voor een goed ontwerp.
 

Met mensen

De essentie van een gebouwontwerp is het creëren van een werk-, woon- of leefruimte om te voldoen aan menselijke behoeften. Architecten en adviseurs met kennis van zaken weten hoe papier wordt vertaald naar een bouwwerk, voor mensen die na oplevering het bouwwerk zullen gebruiken.
 

Voor mensen

Mensen worden centraal gesteld in de ontwerpfilosofie. Mensen die het gebouw zullen gebruiken om te wonen, te werken of te leven, maar ook om behandeld, verpleegd of verzorgd te worden. Het belangrijkste ingrediënt om een goed installatieontwerp of advies te maken, is het inwinnen van informatie bij de (toekomstige) gebruikers van een gebouw. Luisteren en klanken zijn het credo.
 

Door mensen

Gebouwd door mensen, gebruikt door mensen. In de realisatiefase dient gewaarborgd te zijn dat hetgeen is ontworpen ook wordt gemaakt. Aan een intensief proces van informeren in de ontwerpfase mag geen afbreuk worden gedaan in de uitvoeringsfase. De realisatiefase is één van de belangrijkste onderdelen van het advies, immers wordt dan gemaakt wat vaak tientallen jaren zal worden gebruikt door mensen. De kwaliteit van het ontwerp wordt uiteindelijk bepaald in de uitvoeringsfase.
 

Kwaliteit

Kwaliteit is een relatief begrip, wat voor de één kwaliteit is, is het voor de ander niet. Kwaliteit zou omschreven kunnen worden als "de mate waarin een product of een dienst voldoet aan de eisen die er aan worden gesteld". Voor een keuterboer in Frankrijk heeft een "lelijke eend" een betere kwaliteit dan een limousine. De kwaliteit van een ontwerp kan derhalve alleen goed zijn als in een vroegtijdig stadium zoveel mogelijk bekend wordt over de hieraan te stellen eisen. Hiervoor is intensief overleg vereist tussen alle belanghebbende partijen. Het elkaar zo goed mogelijk informeren en versterken. Oftewel het verbale ontwerpproces.
 

Ontwerp

Vanuit het verleden worden gebouwen ontwikkeld vanuit hun functie. De functie die ook de toe te passen installaties dicteerde, vastgelegd in uitgebreide normen en regelgeving. Creativiteit en ontwerpvrijheid kenden daardoor duidelijke grenzen. Dit staat echter in een gezond spanningsveld met de beschikbare budgetten. Bij een ontwerpopgave voor een gebouw ligt de best mogelijke oplossing in de combinatie van technische, sociale en economische aspecten. Hiervoor moeten de diverse aspecten van architectuur en die van de techniek worden samengebracht. Aspecten zoals locatie, oriëntatie, gebouwschil, constructie, installaties, ruimtelijke indeling en inrichting moeten niet opeenvolgend en onafhankelijk van elkaar worden ontwikkeld, maar parallel naast en in interactie met elkaar, als een team.
 

Team

Door als team te bouwen aan het gehele ontwerp is een strikte verdeling tussen architectuur, bouwkunde, constructies, bouwfysica en installatietechniek niet meer te maken en ook niet wenselijk. Een grotere vrijheid, voor zowel de architect als de technicus is hiervoor vereist. Dit vraagt om een minder formele benadering van ontwerpen. Het durven dragen van een gezamenlijke verantwoordelijkheid en open staan voor elkaars ideeën. Hiervoor is met name een stuk vertrouwen in elkaars kunnen nodig, een actieve houding en een stuk openheid. Goede communicatie op een informeel niveau, brede kennis en interesse zijn hiervoor vereisten. Over het eigen vakgebied kijken met respect voor andere vakgebieden, kenmerkt een architect van installaties.
 

Installatie architect

De basis van een goed gebouwontwerp wordt bepaald door een stuk eenvoud. Een goede leefomgeving moet eigenlijk een vanzelfsprekendheid zijn, zonder moeilijke bedieningen of complexe uitstraling. Een goed binnenklimaat mag dynamisch zijn om tot interactie te komen met de omgeving. Directe verse buitenlucht prikkelt, directe zoninstraling en zonlicht voelt prettig en brengt het buitenklimaat naar binnen. Het buitenklimaat is echter een continu veranderend geheel door de diverse seizoenen en het verschil tussen dag en nacht.

Een goed gebouwconcept maakt juist dankbaar gebruik van deze schommelingen om het binnenklimaat te regelen. Installaties moeten logisch en begrijpelijk zijn, de bediening eenvoudig en het onderhoud planbaar tegen acceptabele kosten, waarbij zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van elementen uit de directe omgeving.

Het binnenklimaat mag dynamiek bevatten en meedeinen met de omgeving. Dit kan zelfs leiden tot een toename van de behaaglijkheid. Door vervolgens de afzonderlijke disciplines op de juiste manier op elkaar af te stemmen, maakt het gebouw tot een onderdeel van zijn omgeving.

Het op deze wijze beschouwen van het binnenklimaat maakt het ontwerpen een minder abstracte wetenschap voor ingenieurs, maar meer een vorm van installatie architectuur.